Groninger Studenten Roeivereniging Aegir

Login leden

‘Gronings Glorie’ (1945-1987)

De jaren na de oorlog tot aan het eeuwfeest  staan bekend als de gouden jaren voor de G.S.R. ‘Aegir’. Door het gat van de oorlog waren er in de jaren ’46 en ’47 nog te weinig ervaren roeiers, maar in 1948 keerde het tij. De Oude Vier werd dat jaar tweede op de Varsity en de slagen uit de Oude Vier werden later het jaar nationaal kampioen in de twee met stuurman. Een noemenswaardige gebeurtenis naast het roeien was de adoptie van de  aan het corps gelieerde zeilvereniging in 1946. Dat dit geen lang leven bekoren was, bleek wel uit een passage uit de Almanak van 1947, waarbij een zeiler werd gehoord:

 ‘Zoals altijd heeft de Aegiraanse roeivereniging weer geweldig veel te vertellen gehad over de wedstrijden, die ze al jaren poogt te winnen’.

In 1948 werd het kortstondig verband verbroken en ging de zeilvereniging weer haar eigen weg. Het jaar 1948 is los van de hernieuwde roeiprestaties om nog een reden een bijzonder jaar voor Aegir: in dat jaar verhuist Aegir naar een nieuw botenhuis gelegen aan De Punt bij het van Starkenborghkanaal. Dit botenhuis zal tot de brand in 1988 dienst doen en is voor vele huidige oud-leden de plek waar Aegirs thuis is. 

De jaren ’50 begonnen erg goed voor Aegir. In 1951 werd een nieuw record gevestigd: Aegir won zeven maal een eerste prijs. Twee jaar later werd dit zelfs verhoogd tot tien eerste prijzen. Nu, negen jaar na het einde van de oorlog behoort Aegir met een grote groep ervaren roeiers en coaches tot de nationale top. 1954 wint Aegirs Oude Acht de Telegraafbeker en de hoofdnummers van de Hollandia en de Koninklijke. Men liep een uitzending helaas net mis doordat een Lagaploeg sterker bleek op de Nationale Kampioenschappen. Een jaar later won Aegirs Acht de eerste divisie van de Head of the River en werden zij, opgesplitst in viertjes, nationaal kampioen in de vier-zonder en de vier-met. Aegirs top skiffeur, de heer J.J. Tichelaar, werd samen met Hunze roeier, de heer K. Dekker, tevens nationaal kampioen in de dubbel-twee. De heer Tichelaar had het jaar ervoor ook al de Skiffhead gewonnen. 

In 1956 is dan het jaar van oogsten gekomen. Aegir weet een ijzersterke Oude Vier op het water te leggen en vermaalt de concurrentie en brengt het tweede blik der blikken naar Groningen! De ploeg, bestaande uit J.D. Domela Nieuwenhuis, D. Steensma, W. Dermer, J. Van Goch en stuurman A. Palmboom, wisten bovendien een nieuw baanrecord te vestigen dat jaar. 

varsity mooi.png
Varsity overwinning van 1956
Na de Varsity overwinning stond Aegir opnieuw voor de uitdaging om de groep afzwaaiende ervaren roeiers op te vangen. Dit werd beter gedaan dan na de eerste overwinning, maar de prestaties voldeden eigenlijk niet meer aan de nieuwe standaard die Aegir zich had opgelegd. Tot het jaar 1961, wanneer de legendarische Rob Groen zijn intrede in de skiff doet, is alleen het jaar 1959 een lichtpunt doordat de oorspronkelijke Jonghe Acht aan het einde van het seizoen het Oude Acht nummer op de Nationale Kampioenschappen weet te winnen. 
In het begin van de jaren ’60 is alle focus van Aegir en die van buitenaf op Aegirs skiffeur Rob Groen gericht. Op de Hollandbeker kon hij nog niet meedoen wegens ‘opvoedkundige’ redenen, maar op de Rotsee-Regatta te Luzern verraste hij de internationale roeiwereld door de tweede plaats achter tweevoudig Olympisch skiff-kampioen Ivanov te behalen. Dit bleek het begin van zijn opmars. Van 1961 tot 1964 werd hij nationaal kampioen in de skiff, voer hij op de Koninklijke van 1962 een nieuw nationaal record van 7.00.2, won hij in 1963 en 1964 de Koninklijke Hollandbeker, versloeg hij in 1963 Ivanov en eindigde zijn carrière met een vierde plek op de Olympische Spelen van Tokio. 

Het jaar 1966 is de vooravond van wat later Aegirs grootste successen zal opleveren. De ‘Roeimagiër’ Rutger Roëll en de heer Van den Brink worden als nieuwe coaches geintroduceerd op de G.S.R. Samen met de heer J.J. Hoetjer werden nieuwe trainingsmethoden uitgezet en werd de mentaliteit omgezet naar die van een raceroeivereniging. 

hoetjer.png
Jan Jacob Hoetjer aan het coachen
In de jaren ‘67 en ‘68 bleven de internationale successen, ondanks vele nationale successen van de Roëll-vier, bestaande uit de heren Maarleveld, Everts, Veth en Rouwé, nog uit. In 1968 werd helaas ook een uitzending naar de Olympische Spelen van Mexico misgelopen, doordat de vier-zonder, mede door boeinadeel, op de Nationale Kampioenschappen niet verder kwam dan een derde plaats. In 1969 werden de heren Veth en Everts vervangen door de heren Luyendijk en Tuinzing, waarna de vier ging combineren met een vier van Hollandia R.C. Deze Aegir/Hollandia ploeg bleek één van de beste achten uit de Nederlandse geschiedenis. Op de Europese Kampioenschappen werden zij, op een taftje verschil, vierde. Een jaar later werd onder leiding van de heer Bessem, op dat moment nog coach bij Hollandia, op de Henley Royal Regatta nipt verloren van de Oostduitse Europees Kampioenen. Tijdens diezelfde Henley Royal Regatta deed de acht van coach Tom Hoogland mee om de Ladies plate (wedstrijdveld voor verenigingsachten) en de acht wist deze overtuigend te winnen. De Roëll-vier won op de Nationale Kampioenschappen de titel en verdiende daarmee en plek op de Wereld Kampioenschappen in Canada, alwaar zij de vierde plaats bereikten. Een jaar later kwam het geweld van Aegir van de Hoogland-acht en de tweedejaars-vier van de heer Veth. De vier werd dat jaar Nationaal Kampioen in de vier zonder en werden uitgezonden naar de Europese Kampioenschappen.
In 1972 wist Aegirs acht, bestaande uit de vieren van Roëll en Veth, de hegemonie van Nereus op de Head te doorbreken en de blauwe wimpel mee te nemen naar Groningen. In beide vieren had een kleine wijziging plaatsgevonden. Luyendijk werd vervangen door Munneke en Mulder door Van der Vliet. Deze Acht wist zich dat jaar als laatste vereningsacht te kwalificeren voor de Olympische Spelen. Na een goede voorwedstrijd hadden zij in de halve finale pech door een enorm boeinadeel en werden daardoor naar de kleine finale verwezen. Uiteindelijk werden zij 10e
M_nchen 8+.jpg
München 8+
Herman Bessem, coach van de Aegir/Hollandia-acht, komt in 1971 naar Groningen, alwaar hij de de eerstejaarsacht van Aegir gaat coachen. De acht wint in 1972 het Jonghe Acht nummer op de Varsity en de ploeg zal de basis vormen voor de successen in de jaren ’70. Een jaar later werd de succesvolle eerstejaarsacht gecombineerd met een tweedejaarsacht, die uiteindelijk een uitzending verdienden naar de Europees Kampioenschappen in Moskou. Zij verlieten, ziek en grieperig, Moskou echter met een teleurstellende zevende plek.

Het was aan Ingrid Munneke-Dusseldorp en bestuur Lanting te danken dat Aegir in 1973 werd opengesteld voor vrouwen. Munneke-Dusseldorp roeide al op leenbasis vanaf 1970 op Aegir in de skiff van oud-kampioen Rob Groen en behaalde verschillende successen. Bestuur Lanting werd het er onderling over eens dat vrouwen een toevoegingen zouden zijn voor de G.S.R. en zij wisten vervolgens, door middel van onder andere berekeningen van fisci en materiaalbazen, de ALV overtuigen dat het ‘vrouwenproject’ erg gunstig zou zijn voor Aegir. 

Toen Aegir in 1974 zijn 19e lustrum vierde, werd het als genant beschouwd als dit feest niet kon worden bijgestaan met een Varsityoverwinning. De Veth-vier, P. Offens, H. Huisinga, J. Van der Vliet, H. Eggink en stuurman M. Perk, was bereid om de klus te gaan klaren en zou in training gaan tot aan de Varsity. In combinatie met vier van de roeiers uit de Bessem-acht, werd de Head met 37 seconden verschil gewonnen. De Veth-vier wist hierna de verwachtingen op de Varsity in te vullen en haalde daarmee Aegirs derde overwinning binnen. De roeiers gingen direct daarna uit training. De Bessem-vier roeide het seizoen wel uit en dit resulteerde erin dat twee van deze roeiers, de heren Grond en Voetelink, in combinatie met een Phocas-twee werden uitgezonden naar de Wereld Kampioenschappen. Hier werd door materiaalpech helaas een 11e plek behaald. 

Een jaar later in 1975 deed Aegir de andere studentenverenigingen het schaamrood op de kaken staan. De heren J. Grond, D. Voetelink, F. Bock, J. Munneke, stuurman E. Nijboer en coach Bessem, die pas drie weken samen roeiden, pakten de overwinning in de Oude Vier. Een jaar later mikten zij op een uitzending naar de Olympische Spelen van Montreal en lieten hierbij de Varsity schieten, aangezien het niet in de trainingsopbouw pastte. De vier won dat jaar alles wat er te winnen viel, maar werd door een onbegrijpelijk selectie beleid niet uitgezonden. De teleurstelling werd deels overkomen, doordat Ingrid Munneke-Dusseldorp, Nederlands roeister van de eeuw, Aegir wel kon vertegenwoordigen in Montreal.

Nadat Munneke-Dusseldorp zich in 1972 zonder resultaat had hard gemaakt voor dames-roeien op de Olympische Spelen was het in 1976 dan wel zover. Dat het vrouwenroeien al snel geintegreerd was op Aegir, bleek wel uit het feit dat het Aegir-volk de ganse dag aan de radio en tv gekluisterd zaten. Alhoewel Munneke-Dusseldorp niet in topconditie was, zij had op dat moment last van Pfeiffer, wist zij toch een verdienstelijke vijfde plaats te behalen.

In 1977 gingen Bock en Vos onder leiding van de heer Hoetjer in de twee-zonder varen. Met het oog op de Wereld Kampioenschappen gingen zij combineren met een Phocas-twee. Op deze kampioenschappen werden zij, in een sterk bezet veld, uiteindelijk vierde. Op datzelfde kampioenschap was ook Aegirs lichte skiffeur Dennis Dooren, ooit slag van de zware acht. In het demonstratienummer dubbel twee wist hij een knappe tweede plaats te behalen. 

Aegir vierde in 1978 zijn eeuwfeest en dit heugelijke feit moest natuurlijk worden bijgezet door een Varsityoverwinning. Coach Bessem formeerde een zeer sterke vier, die grotendeels bestond uit de Vier van 1975. Alleen Voetelink werd vervangen door Vos en Perk nam de plek van Nijboer aan het roer in. De vier had echter nog niet het gewenste niveau wat de heer Bessem voor ogen had, dus riep hij de hulp van de heer Hoetjer in. In de laatste week voor de Varsity begon de vier te lopen en zo werd op 30 april de vijfde en misschien wel de mooiste Varsityoverwinning behaald! 

De Aegir-Phocas combinatie, die op het Europees Kampioenschap een jaar eerder nog vierde werd, combineerde ook in ’78 weer. Na de Nationale titel werden zij uitgezonden naar de Wereld Kampioenschappen in Bled, alwaar zij een vijfde plaats behaalden. 

Een jaar later komt er weer een grote nieuwe lichting eerstejaars bij op Aegir. Zowel de lichte als de zware acht winnen dat jaar onder andere de Head in hun velden. Een jaar later gaan Sjoerd Hoekstra en Izebrand Huizenga samen met stuurman Gerrit Band naar de SB-WK, welke net een jaar eerder officieel ingesteld waren. Zij werden daar vierde in de twee-met. Een jaar later stelt Munneke een vier samen met Hoekstra, Adema, Stoop, de Brauw en stuurman Band. Deze vier wint in de vier-met zilver op de SB-WK van 1981. 

Atsma roeit ondertussen onder Bessem door in de twee samen met Phocas roeier Bosman. De twee doet het hele seizoen erg goed, met als hoogtepunt een zilveren medaille op de WK in Munchen. 

Het jaar 1982 is voor het zware roeien op Aegir een zeer gedenkwaardig jaar. Bijna vanzelfsprekend wordt de Head gewonnen dat jaar en de zilveren SB-vier van het jaar ervoor