|
In het voorjaar van 1877 kochten een paar Groninger studenten voor ongeveer twintig gulden een roeiboot om zo nu en dan een tochtje mee te maken. Nadat de studenten er twee boten bij hadden gekregen, richtten zij op 7 februari 1878 de Groninger Studenten Roeivereniging 'Aegir' op. De nieuwe subvereniging van het Groninger Studenten Corps Vindicat Atque Polit telde bij haar institutie naar verluidt 30 leden en 3 boten.
Al in 1884 spreekt de praeses van de Almanakredactie de wens uit dat Aegir zal deelnemen aan de wedstrijden van de Algemene Studenten Roeibond. Aegir stelt zich echter vooralsnog tevreden met krachtmetingen dichter bij huis.
In 1896 arriveert de eerste 'racegiek', bedoeld om wedstrijden te varen tegen andere roeiverenigingen. Tot die tijd hield Aegir zich vooral bezig met recreatieve tochten. In de jaren rond de eeuwwisseling neemt het botenbezit van Aegir langzaam maar zeker toe.
Ook groeit Aegir in die jaren naar een volwassen plaats tussen de Corpsgezelschappen.
Tevens begint Aegir in het eerste decennium van de 20e eeuw het roeien serieuzer aan te pakken. In 1912 wordt Aegir zelfs vertegenwoordigd op de internationale roeiwedstrijden in Luzerne.
In 1913 verdedigt Aegir voor het eerst haar kleuren bij de interacademiale roeiwedstrijden en wordt er een Jonge Vier naar De Zweth gestuurd. Aegir dingt alleen nog niet mee in het hoofdnummer.
Dat gebeurt wel in 1918, als er een Oude Vier wordt gestuurd. De Oude Vier wint met zes lengtes.
Het jaar erna wordt een wedstrijdfonds in het leven geroepen om deelname aan wedstrijden in binnen- en buitenland toegankelijker te maken. Aegir neemt in de jaren erna, die gekenmerkt worden als 'jaren van bijzondere tegenspoed', echter niet meer deel aan wedstrijden. Duidelijk wordt dat het raceroeien grootser moet worden aangepakt. Eind jaren '20 is er weer een duidelijke stijgende lijn te zien.
In 1932 wordt de eerste acht genaamd 't Zwaard' aangeschaft. In de jaren '30 gaat het goed met Aegir; er worden veel wedstrijden gestart en gewonnen. De laatste wedstrijd die Aegir in de vooroorlogse periode start is de Varsity. Op 1 november 1941 gaat Aegir, net als Vindicat, uit solidariteit met de Joodse studenten dicht.
Aegir heeft eind jaren '40 geen ervaren roeiers meer, hetgeen zich vertaalt in het uitblijven van prestaties. Begin jaren '50 echter zit de stijgende lijn er weer in.
De 71ste Varsity in 1956 brengt Aegir eindelijk die zo verlangde overwinning. Toch worden de jaren erna wederom gekenmerkt als 'magere jaren'. De Almanak van 1966 observeert dat Aegir 'hardnekkig vasthoudt aan het 'Mos' van een blikarm bestaan'. De lichte vier van Jan Jakob Hoetjer wint echter wel meerdere wedstrijden, waaronder twee overwinningen op internationale roeiwedstrijden in Berlijn.
In 1967 worden coaches Röell en Van der Brink aangetrokken. De 'Röell-vier' behaalde vele internationale successen.
Hoe breed de roeiersgroep op Aegir is blijkt in het pre-Olympisch jaar 1971. Het NK levert een Aegir acht ('De München acht') een uitzending op naar de Olympische Spelen in München in 1972. Helaas wordt de acht uitgeschakeld in de halve finale.
In 1971 doet een nieuwe top-coach, Herman Bessem, zijn intrede op Aegir. De eerstejaars acht die hij coacht zal de basis vormen voor de successen die in aanloop naar het 100-jarig bestaan van Aegir nog geboekt zullen worden.
De Oude Vier van 1974, de 'Veth-vier' zet het 19e lustrum van Aegir extra luister bij door de klus te klaren en het gouden blik naar Groningen te halen. Ook in 1975 wordt het Varsity goud, dit maal door een andere vier, naar Groningen gehaald. In 1976 wordt de Varsity overgeslagen in verband met voorbereidingen voor de Olympische Spelen dat jaar in Montréal. Helaas wordt de uitzending niet verleend door onbegrijpelijk selectiebeleid van de Roeibond. Gelukkig maakt de deelname van Ingrid Munneke - Dusseldorp aan de Spelen in Montréal veel goed.
|